|
Medehuurderschap kan van groot belang zijn, omdat de medehuurder de huurovereenkomst kan voortzetten als de hoofdhuurder vertrekt. Een medehuurder heeft dezelfde plichten als de hoofdhuurder volgend uit het huurcontract. De medehuurder kan bijvoorbeeld ook aangesproken worden op betaling van de huur.
Het verzoek voor medehuurderschap dient schriftelijk door de huurder(s) en de medebewoner te worden gedaan. De aanvrager moet minimaal een twee jaar durende (op de toekomst gerichte) samenlevingsvorm met de hoofdbewoner hebben om in aanmerking te komen voor het medehuurderschap. Daarnaast dient de aanvrager minimaal twee jaar op het adres in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) ingeschreven te staan. Als bewijs hiervan dient een uittreksel van de gemeente bij de aanvraag meegestuurd te worden. De aanvrager moet ook aantonen dat hij/zij financieel draagkrachtig is.
Over het algemeen wordt het samenwonen van ouders en kinderen niet beschouwd als een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De wet gaat ervan uit dat kinderen bij het bereiken van de volwassen leeftijd zelfstandig zullen gaan wonen en daarom kunnen kinderen meestal geen medehuurder worden.
De huurder (hoofdbewoner) is verantwoordelijk voor alle verplichtingen die in de huurovereenkomst vermeldt staan. Een medebewoner maakt naast deze hoofdbewoner ook van de woning gebruik. De medebewoner heeft geen rechten of plichten betreffende de woning en verblijft in de woning onder verantwoordelijkheid van de huurder. Als de hoofdbewoner de huur opzegt, moet ook de medebewoner de woning verlaten. Medebewonerschap is normaal toegestaan, alleen niet als er overlast ontstaat doordat er bijvoorbeeld teveel mensen in één woning wonen. |